1. Kies een veilige plaats

  • Zorg ervoor dat het toestel goed vast staat, zodat het niet kan omvallen of schade veroorzaakt, zeker bij zonnepanelen tijdens wind of storm.
  • Plaats het toestel op een bereikbare plaats.
  • Kies een plaats die geschikt is voor de plaatsing van het toestel (bescherming tegen regen, stof, vocht …).
  • Zorg dat het toestel wordt verwijderd uit de nabijheid van brandbare materialen.
  • Zorg dat het toestel geen doorgangen belemmert.
  • Zorg dat het toestel goed geventileerd is zodat warmte kan ontsnappen.

Tip: Plaats een batterij nooit in een afgesloten kast zonder ventilatie, in holle constructieruimtes (zoals valse plafonds, valse vloeren).

  • Let op waar u het toestel plaatst in uw woning voor de veiligheid van de bewoners. De plaatsing van batterijen in een slaapkamer is bijvoorbeeld een onveilige keuze.

 2. Controleer uw stopcontact en elektrische installatie

  • Lees de instructies van de fabrikant voor installatie en gebruik. De fabrikant geeft in de technische fiche aan onder welke voorwaarden het materieel veilig gebruikt kan worden.
  • Check of de betrokken stopcontact en het circuit dat dit stopcontact voedt geschikt zijn, evenals uw elektrische installatie. Wij raden u aan een circuit te voorzien waarop alleen het toestel wordt aangesloten. Bij een vaste plaatsing in een woning, is dit afzonderlijke circuit een verplichting voor plug & play-zonnepanelen en -batterijen vanaf 2600 W.
  • Gebruik altijd een vast stopcontact en vermijd verlengsnoeren of stekkerblokken.
  • Houd het toestel en de aansluiting bereikbaar voor onderhoud of noodsituaties.

Als u twijfelt, vraag raad aan een elektrotechnisch installateur, of laat dit dan nakijken door een erkend organisme (PDF, 372.53 KB). Zij kunnen uw elektrische installatie beoordelen en bevestigen of de plug & play-zonnepanelen en -batterijen veilig aangesloten kan worden.

Moet er een controle gebeuren vóór gebruik?

  • Wanneer plug & play-zonnepanelen en -batterijen worden aangesloten op een stopcontact, is er geen controle vereist vóór gebruik.

3. Veilig omgaan met stroom

  • Trek altijd de stekker van het apparaat uit het stopcontact vóór elke interventie op uw elektrische installatie. Zo voorkomt u dat er stroom terugvloeit in de elektrische installatie en u een elektrische schok krijgt.
  • Let op resterende spanning: een gevaarlijke spanning kan enkele seconden blijven op de stekker van het toestel, nadat u de stekker eruit hebt gehaald. Volg de veiligheidsinstructies van de fabrikant.
  • Waarschuw altijd iedereen die op uw elektrische installatie moet werken dat er plug & play-zonnepanelen en-batterijen aanwezig zijn. Vergeet niet om de plug & play-zonnepanelen en -batterijen op de eendraadsschema’s en de situatieplannen van uw elektrische installatie aan te duiden.

4. Andere regels en formaliteiten

Andere regels en formaliteiten kunnen van toepassing zijn. Informeer u over:

  • de melding van uw plug & play-zonnepanelen of -batterijen bij de netbeheerder;
  • de gemeentelijke voorschriften zoals stedenbouwkundige verordeningen en             politiereglementen;
  • het huishoudelijk reglement van mede-eigendom in een appartementsgebouw bij uw syndicus.

Twijfelt u of uw brandverzekering de installatie dekt? Neem geen risico: contacteer uw makelaar of verzekeraar en voorkom onaangename verrassingen achteraf.

Bron: economie.fgov.be 16 januari 2026